Ik doe niet aan stress, dat heb ik al genoeg gedaan in het verleden

We hebben weer een hele leuke oud-cliënt gevonden die wil meewerken aan een interview. Ze heeft hulp gehad van Jeugdformaat en is nu onze collega!“ Ze is super enthousiast!”

Dat laatste was nog zacht uitgedrukt. Als ik Noura een hand geef zie ik sprankeling, vrolijkheid, ogen met schitteringen een stralende lach. Onze saaie kantine –hier hebben we afgesproken - wordt opgevuld en opgefleurd met haar energie en positiviteit. Alsof de zon is gaan schijnen op deze druilerige vrijdagmiddag.

Ik vertel Noura dat we eerder een interview hebben gehad met een oud-cliënt die nu collega is, namelijk Kelly. “Kelly!” Noura veert op. 

“Kelly is wat dat betreft mijn voorbeeld. 

Zij was mijn groepsleider. We hebben altijd wel een soort van lijntje gehouden en nu zijn we collega’s! Zij inspireerde mij toen al en nu nog ”, vertelt Noura. 

Het was ook Kelly die haar tipte dat er een vacature was. Noura werkte als secretaresse. Daarvoor had ze als gastouder gewerkt. “Maar dit was wat ik wilde, ik was meteen enthousiast”. 

Solliciteren

Samen met haar broer schreef ze een sollicitatiebrief, want ze wilde het écht goed doen. Ze werd uitgenodigd voor een gesprek en was heel erg zenuwachtig. “Ik was zo bang voor het oordeel ; zou ik goed genoeg over komen?”. Ze werd aangenomen en sprong een gat in de lucht, “echt hoor!”. Noura schatert het uit.

‘Hulpverleners zijn ook gewoon mensen’ 

Noura kan het soms nog steeds niet geloven. Dat ze er nu zelf ook ‘eentje’ is; een groepsleider. “Ik keek altijd zo tegen ze op. Dacht dat de groepsleiding alles wist, niks fout deed, perfect was. “Maar hulpverleners zijn ook gewoon mensen weet ik nu”. Noura lacht hard.

Zelf jongeren ondersteunen 

Noura werkt als nachttoezichthouder op de Renbaanstraat en ze vindt het gewéldig. Noura vertelt het stralend. “Ik ben toezichthouder, maar ik heb behoorlijk wat taken en het is best nog druk s’ nachts hoor! 

Ik vang de jongeren op die thuiskomen. En als een jongere níet thuis komt, ga ik rondbellen om hem / haar te vinden. Als dat niet lukt, zet ik het vermissingsprotocol in. “Verder loop ik rondes en check ik of alles oké is en rapporteer ik. Een dienst is zó voorbij!”.

Als nachttoezichthouder hoef je geen pedagogische opleiding hebben. Noura wil in de toekomst haar SPW opleiding wel weer gaan oppakken. Ze zou graag jongeren intensiever willen ondersteunen, dat lijkt haar geweldig. Zelf heeft ze goede herinneringen aan de tijd dat ze bij Jeugdformaat woonde. 

“Ik voelde me altijd serieus genomen… 

Ik vond het fijn dat ik daar mocht zijn, voelde me welkom en thuis. Ik wil op mijn beurt ook jongeren ondersteunen bij hun hulpvragen, een luisterend oor bieden en dat veilige gevoel geven. En een voorbeeld voor ze zijn; dat je er echt wel kunt komen als je wil, ook als je in de hulpverlening zit.

Ik heb tussen mijn 13e en 19e jaar bij Jeugdformaat gewoond. Eerst in de Meiden crisisopvang in Den Haag”. 

Noura omschrijft de aanleiding voor de uithuisplaatsing als een “te groot verschil tussen thuis en buiten”.

“Thuis bestond uit mijn moeder en broers. Mijn vader is overleden toen ik elf jaar was. Thuis was: een moeder die rouwt om haar man, heel geïsoleerd leeft, de Nederlandse taal niet beheerst en er eigenlijk niets van begrijpt. 

Thuis was: een oudere broer die de vaderrol overnam en mij in het gareel wilde houden, terwijl ik nog jong was. Kleine dingen werden groot gemaakt, bijvoorbeeld een onschuldige SMS van een vriendje. Mijn familie maakte daar een enorm probleem van.”

‘Omdat je een meisje bent, daarom!’

Noura kijkt in de verte en vertelt: “Maar ook toen mijn vader nog leefde was het al moeilijk thuis voor mij”. Noura vertelt over het verschil in opvoeding tussen jongens en meisjes zoals in haar traditioneel Marokkaanse gezin. 

“Ik kon niet begrijpen waarom mijn broers allemaal dingen mochten en ik niet.

Vanaf mijn derde jaar kreeg ik dat in de gaten en ik snapte er niks van. Ik dacht dat mijn ouders niet van mij hielden”. “Toen ik mijn vader een keer vroeg waarom ik niet naar zwemles mocht, zei hij ‘omdat je een meisje bent, daarom!’ en kreeg vervolgens een enorme driftaanval. Daar ben ik zo van geschrokken. 

Ik werd een timide meisje dat op haar tenen liep om vader niet boos te maken.”Mijn jeugd, dat gevoel van achtergesteld worden en niet begrijpen waarom ik niet mocht zijn en doen wat ik wilde, dat is echt traumatisch geweest. Ik heb het op latere leeftijd pas een plek kunnen geven.

Ik kan er nu gelukkig wel over praten met mijn broers. Zij hebben niet doorgehad hoe scheef het was vroeger en hoe erg ik daar onder leed. Tja, zij konden doen wat ze wilden en leefden hun leven buitende deur.”

Noura vertelt dat ze daar echt heel emotioneel van kon worden, en boos, op ‘die mannencultuur’. Gelukkig ziet ze wel dat het tegenwoordig in soortgelijke gezinnen wel anders is, beter. 

“Vind je schrijven leuk?” 

vraagt Noura me zomaar uit het niets. Ze ziet mij ijverig aantekeningen maken in mijn schrijfblokje. “Of heb je geen laptop?” Ik beaam dat ik inderdaad liever ‘echt’ schrijf…het voelt wel ineens een beetje ouderwets.

Van God los

“Na de Meidencrisisopvang ging ik naar een logeerhuis. En later woonde ik in een ander logeerhuis. Tussendoor ben ik wel steeds periodes thuis geweest. Om het te ‘proberen’. Dat wilde de Jeugdbescherming. Ik wist al lang dat het niet ging werken, want thuis was alles nog hetzelfde.”

“Maar ík veranderde wel. Bij iedere terugplaatsing werd ik rebelser. Pubergedrag. In de ogen van mijn familie was ik een soort van God los. Ik zette me ook tegen thuis af omdat ik bij vriendinnen zag hoe het óók kon.”

Ik vraag me af hoe de groepsleiding dan naar zo’n terugplaatsing keek, als zij steeds aangaf dat ze niet wilde. “De groepsleiding was altijd heel begripvol en steunde me. Maar tegelijkertijd zeiden ze ook 

‘het blijft toch je moeder’ of ‘je bent nu eenmaal nog minderjarig’. 

En dan ging ik dus weer gewoon terug naar huis. Natuurlijk waren er ook veel gesprekken met mij en mijn moeder. Maar dan was mijn broer er ook bij. Mijn moeder sprak de taal niet goed, dus het veranderde niets aan de situatie thuis.”

Roken op je kamer 

Noura vertelt dat toen ze wéér een keer terug naar huis moest, ze is weggelopen van de voorziening. “Toen hoefde ik niet meer terug. Ik ging toen naar de Renbaanstraat om toe te werken naar zelfstandigheid, ik heb daar twee jaar gewoond”. 

Noura begint te lachen. “Het was toen nog wel anders dan nu hoor! Binnen roken, bij elkaar op de kamer; dat mocht allemaal nog gewoon.” Noura kijkt voor zich uit, denkt na, en zegt: “Echt heel raar, ik weet niet hoe het uit te leggen, maar toen ik in die huizen woonde, leek het net of ik niet in het NU leefde maar alleen maar in het verleden.

Gaten in mijn geheugen

Ik dacht heel veel aan thuis, aan de trauma’s uit mijn jeugd. Hierdoor kon ik eigenlijk niet genieten van de tijd waarin ik leefde.” 

Ze vervolgt: 

“Ik weet ook niet alles meer, er zitten gaten in mijn geheugen. Alsof ik dingen wegstopte, geen ruimte meer had in mijn hoofd. Begrijp je wat ik bedoel?” 

Op mijn vraag of ze nog mensen ziet uit die tijd-antwoordt Noura: “Ik heb geen contact meer met mensen uit die periode. Soms kom ik wel eens iemand tegen in de stad en dat is leuk. Ik heb het ook altijd goed met iedereen kunnen vinden maar er zijn geen diepe vriendschappen ontstaan. 

Trots

Daar had ik geen behoefte aan. Als je drie jaar geleden aan me had gevraagd of ik kwam werken in de hulpverlening, had ik het niet gekund. Maar nu voel ik me volwassen en trots. 

Ik hoop dat ik de jongeren er wat van kan meegeven. Dat ze inzien dat het echt kan, als je doorzet en iets heel graag wil. Als je in de hulpverlening zit kun je juist iets aan hebben.” Noura zit weer te glanzen op haar stoel. 

Gewoon genieten

Noura sluit mooi af: ”Het verleden is slechts een herinnering he. Die moet je het nu niet laten verpesten. Je kunt er niets meer aan veranderen. Behalve je best doen voor -en bewust zijn van- het heden. Ervan genieten. Dat doe ik ook echt nu. En dat voelt zo fijn.”

Als ik Noura bedank voor het delen van haar verhaal en haar vertel hoe knap ik het van haar vind zegt ze “Ik gun mezelf gewoon het allerbeste. 

Ik doe niet meer aan stress, dat heb ik al genoeg gedaan in het verleden.”

Geschreven door: Karin Toet

Meer weten over onze hulp?