Ilaysha - Onrustig, sociaal en flexibel

Ik vind het zelf heel wat. De moderne techniek is toch geweldig: ik ga een oud-cliënte interviewen via Skype! Door reisafstand en tijdsdruk hebben we afgesproken om het zo te doen. Op vrijdagmiddag, 15.30 uur, zitten we allebei klaar, met thee en een koekje binnen handbereik, zo hebben we afgesproken. Via de telefoon heb ik haar stem al gehoord: vrolijk, heel enthousiast, lachend. Haar beeld zal nu over enkele minuten voor me verschijnen, zo makkelijk!

Nou ja, makkelijk…voordat het me lukt om in te loggen, haar te bellen en vervolgens ook nog het beeld in te schakelen zijn we al dik vijftien minuten verder. Blij en enigszins opgelucht dat het toch gelukt is verzucht ik dat dit toch wel heel gaaf en echt van deze tijd is. “Nouuu”…”, zegt Ilaysha “eigenlijk gebruikt niemand meer Skype, tegenwoordig gebruikt iedereen WhatsApp”. Okeeeeee (ik schaam me dood).

Terwijl ze praat lacht ze me vrolijk toe. Kuiltjes in haar wangen, haren strak naar achteren, ze ziet er uit als een sportieve meid. Maar wel met lange, mooi gelakte nagels (roze met één glitternagel) die steeds in het beeld komen als ze met handgebaren haar woorden extra kracht bij zet. Bewegen, praten, lachen; wát een energie komt er door het beeldscherm heen.

Ilaysha vertelt dat ze net thuis is van school. “Ik volg de artiestenopleiding op het ROC (mbo-4), want ik wil later artiest worden. Dansen, zingen, in de spotlights. Ik hou van aandacht namelijk, aandacht is me nooit genoeg”,

Ilaysha schaterlacht. Is de artiestenopleiding de reden dat ze in Almere is gaan wonen?, vraag ik haar. “Nee hoor, ik ben naar Almere verhuisd om dicht bij mijn familie te zijn. Maar het is wel perfect: ik ben binnen vijf minuten op school!”

“Ik woon sinds kort bij mijn moeder. Daarvoor woonde ik samen met haar bij mijn oma, tot mijn moeder haar eigen huis kreeg.” Dit is de derde keer dat ik in Almere woon. Eerst op mijn zevende, toen nog een keer toen ik zeventien was en nu dus weer. In Almere woont al mijn familie: oma, tantes, moeder. Ik had altijd heimwee naar ze”.

Voor die tijd woonde Ilaysha in Delfgauw, in een pleeggezin. Ik vraag of ze daar iets over wil vertellen. “Nou, op mijn zevende gingen mijn zusje en ik naar een netwerkpleeggezin, een tante en oom, omdat onze moeder niet goed voor ons kon zorgen. Daarna gingen we bij mijn vader wonen. Maar hij vond dat hij ons niet kon geven wat mijn zusje en ik nodig hadden, dus moesten we naar een pleeggezin. Ik was toen negen jaar.” Ilaysha laat even een stilte vallen. “Nu begrijp ik wel beter waarom hij dat heeft besloten en ook dat hij het goed bedoelde, maar toen was ik zoooo boos en verdrietig, ik begreep het echt niet.” Ilaysha draait met haar ogen.

“We kwamen in een gezin met twee vrouwen, in Delfgauw, dus het was ineens allemaal anders. Gelukkig was het wel een voorwaarde van mijn vader dat ik met mijn zusje samen zou blijven, dus hadden we steun aan elkaar.

Ik heb het goed gehad in het pleeggezin hoor, nadat ik gewend was. En ik heb nog goed contact met mijn pleegouders. Mijn zusje woont daar natuurlijk ook nog gewoon.”

“Vorig weekend was ik nog bij mijn pleegouders. Mijn zusje vierde haar zeventiende verjaardag. Ze kreeg allemaal Amerikaanse dingen, zoals een kussen met de Amerikaanse vlag. Ik heb haar aangestoken denk ik.”

Er volgt weer een klaterende lach. Daar wil ik natuurlijk meer over weten! “Ik wil over een paar jaar naar Amerika verhuizen. Doorbreken als artiest, internationaal beroemd worden. Dat is mijn droom en dat gaat me lukken.”

Ik geloof haar meteen.

“Ik wil een inspiratie zijn voor andere kinderen, kinderen die nu misschien ook in een pleeggezin wonen. Ik wil aan ze meegeven dat je gewoon mag zeggen hoe het is. Dat je niet zielig bent als je in een pleeggezin zit. Dat je het dan ook gewoon mag zeggen als je je niet happy voelt. Dat je het af en toe moeilijk vindt om in een happy family te zijn, terwijl je eigen familie dat niet is. Want dat sprak ik allemaal niet uit. Ik voelde me best vaak alleen.”

“Het had mij echt goed geholpen als ik met een pleegkind had kunnen praten voordat ik naar het pleeggezin ging. Ik wist eigenlijk niet eens wat het inhield, ook later, toen ik pleegkind was. Ik heb wel een keer een soort van pleegkindbijeenkomst gehad, maar alleen een keer in het begin. Dat vond ik wel fijn, met soortgenoten of… hoe zeg je dat?”


“Er is ook een keer aan mij gevraagd of ik wat aan nieuwe pleegouders wilde vertellen over een pleeggezin. Maar toen ik eerlijk aangaf dat ik op dat moment niet echt een positief beeld kon schetsen, ging het niet door. Ze wilde het pleeggezin niet afschrikken”, Ilaysha schaterlacht.

En dan ineens heel serieus: “terwijl dat juist goed was toch, als die mensen een realistisch beeld zouden krijgen zodat ze weten waar ze aan beginnen en dat het niet alleen maar rozengeur is?” 

Ik vraag hoe ze terugkijkt op de hulpverlening. 

“Waar ik vooral last van heb gehad zijn al die wisselingen van mensen, en dat is soms nog steeds wel een issue. Ik heb wel vijf gezinsvoogden gehad! En iedere keer gingen ze opnieuw het wiel uitvinden. Of wisten ze niets van afspraken die met de vorige voogd waren gemaakt.

En op een gegeven moment mocht ik ook mee naar de kinderrechter. Die vroeg dan ook wat ik zou willen. Eerst dacht ik dat het dan wel goed zou komen, maar tijdens de uitspraak werd er dan ineens iets heel anders besloten!”

“Oh ja, en wat ik ook irritant vond waren die psychologen waar ik mee moest praten. Die zaten alleen maar te knikken en te hummen, ze zeiden helemaal niks. Dat hielp echt niet.”

“Maar gelukkig had ik wel de hele tijd dezelfde pleegzorgbegeleider (Judith Reuser van Jeugdformaat - red.), zij was echt tof. En ik heb later ook nog een wél goede psycholoog gevonden, waar ik echt wat aan had. Want ik heb wel moeilijke tijden gehad, nog toen ik zeventien was. En ik wilde zo graag naar mijn moeder, maar dat mocht maar niet. Maar hoe kan je dan ooit laten zien dat het wel kan en wél goed gaat? Nu ben ik bij mijn moeder en het gaat hartstikke goed! Zie je wel!” 

“Dat vind ik trouwens ook heel irritant: mijn zusje mag nu wel gewoon op bezoek en blijven slapen bij mijn moeder. Terwijl ik dat dus nooit heb gemogen, he.” Ilaysha kan zich er nog druk om maken, zie ik aan haar gezicht.

“Door al dat gewissel ben ik best wel onrustig geworden. Ik ben niet echt een huismus. Ook in het contact met anderen merk ik de gevolgen van wat ik heb meegemaakt. Ik zal niet meteen iemand vertrouwen en me voor hem of haar openstellen. Maar positief is weer dat ik wel heel sociaal en flexibel ben geworden. En sterk, eerlijk, direct.

Dat komt volgens mij ook daar van. Als ik maar wel in control ben en degene ben die bepaalt”, zegt Ilaysha lachend.

Prachtig om mee af te sluiten besluit ik ;-)

Door: Karin Toet. Dit artikel verscheen in JF magazine #27