Simone werkt nu bijna vier jaar bij Schoolformaat, maar eigenlijk werkt ze al haar leven lang met kinderen en gezinnen. “Van een medisch kleuterdagverblijf tot ambulante hulpverlening, van onderwijs tot gezinsbegeleiding. Altijd zat ik weer met ouders én kinderen om tafel.” vertelt ze. Pedagogisch adviseren ziet ze dan ook niet als ‘ouders vertellen wat ze moeten doen’, maar als meedenken vanuit wat er al is.
“Het gaat om de ouder-kindrelatie,” zegt ze. “Welke opvoedstijl heb je? Past die bij je kind? Heeft je kind misschien iets anders nodig? Soms denk je dat je moet ingrijpen op het gedrag, maar vaak zit er iets onder.”
Kijken naar wat een kind écht nodig heeft
Wanneer een kind wordt aangemeld, komt dat via school. “School ziet iets, bespreekt het met ouders en vraagt of de schoolmaatschappelijk werker mee mag kijken,” legt Simone uit. Daarna volgt een brede intake: “We brengen de hele omgeving in kaart met behulp van het GIZ-model. Daarmee kijken we naar de drie verschillende domeinen: ontwikkeling, opvoeding en omgeving. Daaronder vallen thema’s zoals: het kind, thuis, school, bso, vrijetijdsbesteding, stress, culturele achtergrond etc. Alles hangt met elkaar samen.”
Zo ontdekte ze dat een jongetje dat ‘weerbaarder’ moest worden, helemaal geen weerbaarheidsprobleem had. “Hij werd snel onzeker en trok zich terug. Maar toen ik met ouders sprak, bleek dat zij extreem beschermend waren. Hij mocht niet alleen naar school, niet zomaar buiten spelen. En daar zat voor hen een belangrijke reden achter, maar het effect was dat hij nooit had geleerd om iets zelf te proberen, omdat hij simpelweg dacht dat dit niet mocht.”
Simone werkte in dit geval eerst met de ouders. “We gingen in kleine stapjes oefenen: hem zelf naar school laten lopen en dan met een tussenstap dat de moeder er wel achteraan wilde fietsen, zelf afspraken maken met vriendjes. Het was zo mooi: hij bloeide op. Het had niks met zijn weerbaarheid te maken, het was de controle die losgelaten moest worden.”
Dit soort inzichten maken pedagogisch adviseren waardevol. “Je ziet gedrag,” zegt Simone, “maar je moet snappen wat eronder zit en dat ligt niet altijd alleen bij een kind zelf.”
Ouders willen vaak het beste, maar raken soms zelf vast
Soms ligt de oorzaak van problemen niet alleen bij het kind, maar bij de druk of chaos in het gezin. “Een jongen met ADHD werd naar me doorverwezen,” vertelt Simone. “Zijn moeder heeft zelf ook ADHD. Ze werkte keihard, had veel ballen in de lucht en zat continu in haar hoofd. Tegen haar zei ik: “Je kunt je kind wel medicatie geven, maar als jij zelf geen rust hebt, gaat hij het ook niet kunnen vinden.’” En dit vergelijkt Simone dan met het bekende vliegtuigmetafoor: “Eerst zelf het zuurstofmasker opzetten, dan dat van je kind. Het klinkt cliché, maar het is echt zo.”
Ook verwachtingen van ouders spelen vaak een rol. “Veel ouders weten niet wat je van een kind mág verwachten op een bepaalde leeftijd,” zegt ze. “Een vijfjarige hoeft niet zelfstandig naar bed. Een twaalfjarige hoeft niet overal naartoe gebracht te worden. En kinderen moeten taken krijgen. Denk aan de tafel dekken, kamer opruimen, dat is goed voor hun ontwikkeling en zelfvertrouwen.”
Kleine stappen, grote vooruitgang
Simone heeft met PreventiePlus gewerkt. “Dat betekent: maximaal één klein, haalbaar doel tegelijk. Niet meteen hele grote plannen. Gewoon: wat willen we de komende weken bereiken? Na drie gesprekken evalueren we. Wat lukt er? Wat nog niet?” Die aanpak werkt niet alleen bij ouders, maar ook bij kinderen. “Kinderen zeggen vaak: ‘Ik wil minder straf’, of ‘Ik wil niet zo snel boos worden’. Dan gaan we heel concreet oefenen. Soms op het schoolplein, soms met een groepje klasgenoten in een rollenspel. Dan zie je die succeservaringen ontstaan en dat is waar ze weer van groeien.”
De kracht zit volgens Simone juist in het feit dat ze op school aanwezig is. “Een kind kan mij zomaar even aankijken en een duimpje opsteken: ‘Het ging goed vandaag.’.
Opvoeden altijd op je eigen manier
Simone is realistisch: niet elk gezin is klaar voor hulp, en niet elk probleem is direct op te lossen. “Soms sleutelen we vooral aan het kind, als ouders niet mee willen of kunnen werken door andere factoren die er ook in het gezin spelen. Samen met de leerkracht van het kind werken we eraan dat het kind op school mee kan komen en geholpen kan worden in de omgang met anderen. We werken aan het benoemen van emoties en het reguleren ervan, maar ook aan 'wat heb je nodig als...' Daarnaast kunnen ze bij ons hun ei kwijt over wat ze thuis eventueel meemaken, dat geeft al heel wat steun. Indien er echt zorgen zijn kunnen we altijd nog de stap zetten om een zorgelijke situatie te melden.”

