Gezinsonderzoeker Patricia vertelt: “Een gezinsonderzoek gaat niet over perfect zijn. Het gaat erom dat je een kind een veilige plek kunt bieden.”

Patricia van Ahee werkt al 19 jaar binnen de pleegzorg bij Jeugdformaat. Als gezinsonderzoeker en adviseur pleegouderschap spreekt ze met mensen die overwegen om pleegouder te worden. Wat komt daar allemaal bij kijken? Waar let ze op? En waarom is het juist zo belangrijk om de tijd te nemen voor een zorgvuldig onderzoek? “We zoeken een gezin bij een pleegkind, niet andersom.”

Patricia van Ahee weet inmiddels alles over pleegzorg. In haar 19 jaar bij Jeugdformaat vervulde ze verschillende functies binnen de pleegzorg. Tegenwoordig werkt ze als gezinsonderzoeker en adviseur pleegouderschap. Ze gaat in gesprek met mensen die pleegouder willen worden (aspirant pleegouders), maar ook met mensen die een kind opvangen die zij al kennen: netwerkpleegouders.

“Mijn werk gaat er vooral om dat ik mensen zo goed mogelijk voorbereid op het pleegouderschap”, vertelt ze. “We kijken samen naar welke vorm van pleegzorg bij hen past, of specifieke leeftijden juist wel of niet binnen het gezin passen, welke krachten er zijn, maar ook welke ontwikkelpunten of gevoeligheden er mogelijk spelen. Welke verwachtingen hebben mensen? Zijn die reëel? En past pleegzorg überhaupt in hun leven?”

Dat samen onderzoeken vindt Patricia het mooiste aan haar werk: “Je legt eigenlijk samen een puzzel. Ik neem mensen vanuit mijn praktijkervaring mee in allerlei mogelijke situaties en vraag: wat als dit bij jou of in jouw gezin gebeurt? Hoe zou dat voor je zijn? Kun je dat? Wil je dat? Zo leren mensen zichzelf en elkaar beter kennen en komen we uiteindelijk tot de vraag: Hoe past pleegzorg binnen dit gezin?”

Geen sollicitatiegesprek

Een gezinsonderzoek is een belangrijk onderdeel van de voorbereiding op het pleegouderschap. Het onderzoek brengt in beeld of iemand aan de voorwaarden om pleegouder te worden voldoet en welke vorm van pleegzorg passend kan zijn.

Het traject bestaat onder andere uit verschillende gesprekken, een huisbezoek, een veiligheidscheck, een verplichte basistraining en het opvragen van een referentie. Ook wordt gekeken naar de wettelijke voorwaarden, waaronder de Verklaring van Geen Bezwaar, uitgegeven door de Raad voor de Kinderbescherming. Uiteindelijk stellen de gezinsonderzoeker en de aspirant-pleegouders samen een profiel op.

“We nemen zoveel tijd als nodig is en gaan zo snel als kan,” vertelt Patricia. “Het belangrijkste is dat we het traject zorgvuldig doorlopen en mensen goed voorbereid de praktijk in kunnen laten gaan.”

Voor veel mensen voelt zo’n onderzoek in het begin toch een beetje als een sollicitatiegesprek. “Mensen zijn vaak nieuwsgierig, maar ook zenuwachtig. Ze denken: moet ik hier laten zien dat ik geschikt ben? Daarom vind ik het belangrijk om vanaf het eerste contact duidelijk te maken dat het geen eenrichtingsverkeer is. Wij onderzoeken niet alleen of zij geschikt zijn voor pleegzorg. Zij mogen ook onderzoeken of Jeugdformaat en pleegzorg bij hen passen.”

Patricia vraagt daarom regelmatig hoe mensen zich voelen gedurende het traject. Hierover vertelt ze: “Al tijdens het eerste contact vraag ik: hoe is het voor jullie? Zijn jullie zenuwachtig? Hoe zitten jullie erbij? Wij stellen onszelf ook voor en vertellen iets over onze eigen achtergrond en ervaring. Bij een volgend gesprek vraag ik ook: hoe hebben jullie het eerste gesprek ervaren? Dat vind ik belangrijk. Je moet ruimte geven aan de gevoelens en twijfels die er zijn.”

Openheid werkt daarbij twee kanten op, weet Patricia uit haar jarenlange ervaring: “Als gezinsonderzoeker moet je vanaf het eerste moment open en transparant zijn. Als je zorgen, twijfels of aandachtspunten ziet, moet je die bespreekbaar maken. Maar andersom mogen aspirant-pleegouders dat ook van ons verwachten. Zij moeten zich vrij voelen om te zeggen wat ze spannend vinden of waar ze over twijfelen.”

Niet perfect, wel veilig

Waar kijkt Patricia dan precies naar? Als basis zijn er zes landelijke criteria voor pleegouderschap. Maar het onderzoek gaat veel verder dan het afvinken van een lijst, vertelt ze: “We kijken allereerst of mensen een veilige plek kunnen bieden aan een pleegkind. En veiligheid bedoel ik heel breed. Natuurlijk kijken we naar praktische dingen. Is een huis veilig voor een kind? Is er bijvoorbeeld een traphekje nodig? Maar we kijken ook naar de sociaal-emotionele veiligheid. Zijn de pleegouders zelf stabiel genoeg om een kind te bieden wat het nodig heeft? Is er voldoende draagkracht? En is er ruimte in het gezin om een kind veiligheid, rust, liefde en stabiliteit te bieden?”

Om dit goed met elkaar te kunnen bepalen, worden ook de andere gezinsleden meegenomen in het onderzoek. “Iedereen in het gezin moet gemotiveerd zijn om met pleegzorg te starten. En we kijken naar de manier waarop een gezin met elkaar omgaat. Een gezin hoeft absoluut niet perfect te zijn. Juist niet, want ieder gezin is anders. Het ene gezin heeft een heel vaste structuur en een strak dagritme. Een ander gezin is wat losser en chaotischer. Dat maakt het ene gezin niet beter dan het andere. We zoeken juist zoveel mogelijk pleegouders die juist allemaal weer iets anders kunnen bieden, want ieder kind heeft iets anders nodig.”

Daarom kijkt Patricia altijd naar het totaalplaatje van een pleeggezin: “We zoeken een gezin bij een pleegkind, niet een pleegkind bij een gezin. De vraag is steeds: kunnen deze pleegouders bieden wat dit specifieke kind nodig heeft?”

Zorgen voor het kind van iemand anders

Kunnen de pleegouders open en duidelijk communiceren? Kunnen ze samenwerken? Kunnen ze omgaan met mensen die een andere visie of andere gewoonten hebben? En hoe kijken ze aan tegen het contact met de ouders van het kind? Dat zijn allemaal belangrijke factoren waarover Patricia in gesprek gaat.

“Een pleegkind wordt nooit zomaar je eigen kind. Je hebt altijd te maken met de ouders en hun betrokkenheid. Je moet dus bereid zijn om niet alleen voor het kind te zorgen, maar eigenlijk een heel gezinssysteem te ondersteunen. De samenwerking met de ouders is hierbij heel belangrijk. Het liefst zien we natuurlijk dat een kind weer terug kan gaan wonen bij de eigen ouders, wanneer dit mogelijk is. Hier moet je als pleegouder goed mee om kunnen gaan.”

Geen overhaaste conclusies trekken

Een goede match is ontzettend belangrijk. Daarom wordt er tijdens een gezinsonderzoek uitgebreid stilgestaan bij verwachtingen, mogelijkheden en grenzen: “Pleegzorg is niet iets waarbij je zegt: we proberen het een paar weken en als het niet bevalt, stopt het. Als een plaatsing stukloopt, zijn er alleen maar verliezers. Het pleegkind, de pleegouders, de ouders en iedereen eromheen. Daarom willen we de kans op een geslaagde plaatsing zo groot mogelijk maken.”

Patricia heeft in haar werk gezien dat een onderzoek soms ook tot verrassende inzichten leidt. Zo begeleidde ze eens mensen die na een uitgebreid traject hadden gekozen voor deeltijdpleegzorg: “Op een gegeven moment kwam er een oproep voor een kind waarvan ik dacht: dit zou juist een heel goede match kunnen zijn voor deze mensen, misschien zelfs voor een voltijdplaatsing. Ik heb hen gevraagd of ze daarover wilden nadenken. Ze stonden ervoor open en uiteindelijk bleek het inderdaad een heel goede match. Zij hebben nu een voltijdplaatsing die goed verloopt.”

Het blijft dus altijd belangrijk om tijdens een onderzoek niet te snel conclusies te trekken: “Je denkt soms vooraf te weten wat bij je past, maar als je elkaar beter leert kennen en je meer weet over wat een kind nodig heeft, kan er ineens iets anders uitkomen.”

“Wat voor ons gewoon is, kan voor een kind heel bijzonder zijn”

Pleegouders delen dagelijks hun ervaringen met Patricia, en sommigen blijven haar bij. Zo ook een ervaring over iets heel alledaags, een uitgebreid zondagsontbijt: “Een deeltijdpleeggezin belde mij na het eerste logeerweekend. Zij waren gewend om op zondagochtend uitgebreid met elkaar te ontbijten: een gekookt eitje, een glas jus d’orange, broodjes uit de oven. Voor hen was dat heel normaal. Maar voor het pleegkind was het een soort feestdag. Het was iets wat hij helemaal niet gewend was en thuis nooit meemaakte.” Het maakte Patricia opnieuw bewust van hoe verschillend de werelden van kinderen kunnen zijn. ”Wat voor de één heel gewoon is, kan voor een ander ontzettend bijzonder zijn.”

Dat merkte ze ook bij een crisisplaatsing. Een pleegmoeder vertelde dat het kind ’s ochtends heel lang stil in bed bleef liggen. Ze dacht dat hij nog sliep. Later bleek dat hij al die tijd wakker was geweest. “Hij was thuis gewend dat hij pas uit bed mocht komen als zijn moeder hem riep. Voor hem was het dus helemaal niet vanzelfsprekend dat hij zelf uit bed mocht komen.” De pleegmoeder besloot de volgende ochtend de deur van zijn slaapkamer open te zetten en met hem af te spreken dat hij haar mocht roepen zodra hij wakker was. “Zo’n klein verschil kan voor een kind ontzettend groot zijn. Dat soort voorbeelden neem ik ook mee in gesprekken met nieuwe pleegouders. We kunnen honderd gesprekken voeren en mensen zo goed mogelijk voorbereiden, maar de praktijk zal altijd anders zijn. Je kunt nooit helemaal voorspellen wat een kind meeneemt en hoe het op jouw gezin reageert.”

Een rugzak vol positieve ervaringen

Juist daarom vindt Patricia het zo waardevol dat pleegouders kinderen positieve ervaringen kunnen meegeven.

“Er zitten pittige kanten aan pleegzorg, maar er zijn ook heel veel mooie kanten. Ik zeg altijd: elke positieve druppel die je in de rugzak van een kind kunt meegeven, hoe klein ook, is een positieve bijdrage aan het leven en de ontwikkeling van dat kind. Als pleegouders kan je een kind laten ervaren dat hij of zij ertoe doet.”

Zulke succeservaringen geven een kind meer zelfvertrouwen. Je kunt een ander voorbeeld geven van hoe mensen met elkaar omgaan dan een kind misschien gewend is. Later kan een kind zelf bepalen welke ervaringen en voorbeelden hij of zij wil meenemen in het eigen leven.’

Je staat er niet alleen voor

Ook na het gezinsonderzoek staat een pleeggezin er niet alleen voor. Jeugdformaat koppelt pleegouders aan een vaste pleegzorgbegeleider. Daarnaast kunnen pleegouders gebruikmaken van de expertise van gedragswetenschappers.

Er zijn trainingen, zowel fysiek als online, en verschillende ontmoetingsmomenten voor pleegouders. Denk aan Pleegoudercafés en koffieochtenden. Ook zijn er activiteiten voor pleeggezinnen en is er een Pleegoudermagazijn waar pleegouders elkaar kunnen ontmoeten en spullen kunnen delen, zoals kleding, fiets- en autostoeltjes, spelletjes en boeken.

“Mensen die overwegen pleegouder te worden willen vaak weten hoe vaak ze een pleegzorgbegeleider zien en hoe het contact verloopt”, ervaart Patricia. “Daar maken we samen afspraken over. Dat kan telefonisch, via WhatsApp of mail, maar de begeleider komt ook regelmatig bij het pleeggezin thuis. De frequentie hangt af van wat een gezin nodig heeft.”

Als het goed loopt, kan het contact wat minder frequent zijn. Als er zorgen zijn of als een gezin extra ondersteuning nodig heeft, kan een begeleider juist vaker langskomen. “Het belangrijkste is dat pleegouders op tijd aangeven als iets niet goed gaat. Dan kunnen we samen kijken wat nodig is. Soms is dat extra begeleiding, soms moet er iets worden aangepast en soms is behandeling voor een kind nodig.”

Je hoeft niet perfect te zijn

Wat zou Patricia willen zeggen tegen mensen die nadenken over pleegouderschap, maar nog twijfelen? “Je hoeft niet perfect te zijn. Het gaat erom dat je een kind een veilige en liefdevolle plek kunt bieden. Dat je kunt luisteren, geduldig bent, naar jezelf kunt kijken en bereid bent om nieuwe dingen te leren. En dat je wilt samenwerken, niet alleen met Jeugdformaat en de pleegzorgbegeleider, maar ook met de ouders van het kind.”

Vooral die bereidheid tot samenwerking vindt Patricia belangrijk: “Pleegzorg gaat niet alleen over het kind. Je staat naast een kind, maar ook naast de ouders en andere betrokkenen. Dat vraagt soms iets van je. Maar als je daarvoor openstaat, kan dat juist heel waardevol zijn.”

Patricia heeft nog één belangrijke boodschap voor iedereen die zou willen onderzoeken of pleegouder worden in het leven zou passen: “Je kunt een kind misschien niet alles geven wat hij of zij in het leven heeft gemist. Maar je kunt wel iets toevoegen. Een positieve ervaring, een gevoel van veiligheid, een succeservaring, herinneringen aan een warm en veilig gezin en waar het kind zich welkom voelde. Elke positieve druppel die je in de rugzak van een kind kunt meegeven, is er één.’

Meer informatie over pleegzorg?