Wat gebeurt er met jongeren die nergens terecht kunnen in de jeugdzorg? Als hulp keer op keer niet passend blijkt, de problematiek te complex is voor het gangbare hulpaanbod en terugkeer uit de gesloten jeugdzorg geen passende vervolgstap oplevert? Voor deze jongeren opende Jeugdformaat twee zeer kleinschalige woongroepen. Hier krijgen jongeren die niet passen binnen de gebruikelijke vormen van jeugdhulp de tijd, aandacht en specialistische begeleiding die zij nodig hebben om weer grip op hun toekomst te krijgen.
De juiste hulp wanneer een jongere vastloopt binnen de zorg
De zeer kleinschalige woongroepen zijn bedoeld voor jongeren die nergens anders passen binnen de jeugdzorg. "Het gaat om jongeren die overal zijn vastgelopen", vertelt Bram van der Tas, de manager achter de zeer kleinschalige woongroepen. "Sommigen hebben al op tien of vijftien verschillende plekken gewoond. Iedere keer opnieuw worden ze doorgeplaatst omdat hun gedrag te ingewikkeld of te uitdagend is voor het bestaande hulpaanbod." Het voortdurende doorplaatsen van jongeren wil Jeugdformaat doorbreken. “Deze jongeren hebben al veel afwijzingen meegemaakt. Op de zeer kleinschalige woongroep wordt er gekeken naar wat er nodig is om de jongere een kans te geven zich verder te ontwikkelen.”
Voordat een jongere hier terechtkomt, is al uitgebreid gezocht naar andere mogelijkheden. Pas wanneer alle jeugdzorgaanbieders in de regio aangeven dat zij geen passende plek kunnen bieden, wordt de casus besproken door het Expertiseteam Complexe Zorg. Aan deze expertisetafel zoeken organisaties gezamenlijk naar een oplossing voor een jongere.
Maatwerk binnen de veranderende jeugdhulp
In Nederland zijn we de JeugdzorgPlus, ook wel gesloten jeugdzorg, aan het afbouwen. Deze afbouw zorgt ervoor dat er minder plekken beschikbaar zijn. Maar er zijn nog steeds jongeren die de zeer intensieve begeleiding vanuit de JeugdzorgPlus wel nodig hebben. De zeer kleinschalige woongroepen bieden een alternatief voor deze jongeren.
De twee groepen hebben ieder een eigen expertise. Eén van de groepen is speciaal opgezet voor jongeren met autisme en de hulp verloopt in samenwerking met Prodeba. De andere groep richt zich op complexe traumaproblematiek. Iedere locatie heeft dus een eigen specialisatie. “Maar we kijken vooral naar wat een jongere echt nodig heeft”, vertelt Bram. De doelgroepomschrijving is niet strikt afgebakend, want we willen er zijn voor de jongeren die nergens anders terecht kunnen.”
Onvoorwaardelijke ondersteuning
De zeer kleinschalige woongroepen staan voor onvoorwaardelijke ondersteuning. "We komen niet met de sanctie dat een plaatsing stopt wanneer er iets misgaat op de groep", zegt Bram. "Deze jongeren hebben vaak al ervaren dat hulp wordt afgebroken zodra het te ingewikkeld wordt." Deze aanpak maakt een groot verschil, want er ontstaat ruimte om te werken aan vertrouwen, stabiliteit en herstel. “Jongeren die al meerdere keren zijn doorgeplaatst, krijgen hier de mogelijkheid om op één plek te blijven en aan de toekomst te werken”, legt Bram uit.
Kleinschalig en individueel
Op de zeer kleinschalige woongroepen wonen slechts vier jongeren. Dit maakt de manier van begeleiden individueel. Wanneer een jongere boos of ontregeld raakt, investeren de hulpverleners tijd in co-regulatie. Dit houdt in dat jongeren leren omgaan met emoties en spanning. Het doel is dat ze hier grip op krijgen, zonder afhankelijk te blijven van professionele hulpverleners. Voor jongeren met autisme is deze kleinschaligheid extra belangrijk. Bram geeft als voorbeeld: “Zij herkennen soms de grenzen van anderen niet goed, waardoor situaties op de groep snel kunnen escaleren. Wat begint als een speelse stoeipartij, kan uitmonden in een gevecht. Voor deze doelgroep geldt dus ook dat de individuele begeleiding met expertise belangrijk is. Zo leren ze bijvoorbeeld beter grenzen aangeven en herkennen.”
Handvatten voor het gezin
Niet alleen de jongeren op de groep worden begeleid, maar de hulpverleners werken ook nauw samen met de ouders en andere belangrijke mensen rondom de jongere. Dit noemen we een systeemgerichte aanpak. De aanpak is essentieel om verandering mogelijk te maken. Hulpverleners van de zeer kleinschalige woongroep gaan ook naar huis om ouders te ondersteunen. Problemen die thuis spelen, kunnen vervolgens op de groep geoefend worden met de jongere. Bram legt uit: “Als er bijvoorbeeld thuis veel ruzie ontstond over een onderwerp als hygiëne, werken we daar samen met de jongere aan op de groep. Zo bouwen we een brug tussen de woongroep en het dagelijks leven thuis. Wanneer de jongere dan weer terug thuis kan wonen, heeft het gezin handvatten meegekregen wat de kans van slagen groter maakt.”
Deelnemen aan het gewone leven
Het is belangrijk dat de jongeren op de groep zo normaal mogelijk opgroeien. School, werk, sociale contacten en een zinvolle daginvulling horen daarbij. Dat is niet altijd eenvoudig, want veel jongeren hebben negatieve ervaringen opgedaan. Bram vertelt: “Door vervelende ervaringen op bijvoorbeeld school, kan het zijn dat een jongere een laag zelfbeeld heeft gekregen. Situaties waarin zij denken te kunnen falen vermijden ze daardoor liever. Op de groep worden de jongeren daarom geholpen om passende vormen van onderwijs, dagbesteding of leer-werktrajecten te vinden. Zo kunnen zij, ondanks de zware problematiek, toch deelnemen aan het gewone leven.
Een tussenstap naar de toekomst
Wanneer een jongere op de zeer kleinschalige woongroep komt te wonen, is dit een intensieve tussenstap. Maar wanneer is een traject nou geslaagd? Bram legt uit: “Het traject is geslaagd wanneer een jongere weer verder kan zonder deze vorm van intensieve ondersteuning. Dat kan verschillende dingen betekenen. Bijvoorbeeld terugkeer naar huis (dat hopen we natuurlijk altijd), een plek op een reguliere woongroep of zelfstandig wonen met begeleiding.” Bram noemt als voorbeeld een jongen die eerder was afgewezen voor een reguliere woongroep, omdat deze vorm van hulp niet passend voor hem was. “Na een periode op de zeer kleinschalige woongroep met intensieve begeleiding, bleek hij wel klaar voor de volgende stap. Inmiddels woont hij op een reguliere groep, waar hij eerder niet paste omdat zijn problematiek te ingewikkeld was.”
Van maatwerk naar expertise
Bram heeft een heldere visie voor de ontwikkeling van de zeer kleinschalige woongroepen van Jeugdformaat: “In de toekomst zie ik voor me dat we meerdere groepen hebben, met ieder een eigen specialisme in complexe problematiek. Ik hoop dat hulp op deze groepen dan ook aangeboden kan gaan worden als regulier hulpaanbod. Hierdoor zouden jongeren die tussen wal en schip vallen, een passende vorm van hulp vinden op de groep. Tegelijkertijd kunnen deze locaties uitgroeien tot expertisecentra die hun kennis delen met andere organisaties, gezinshuizen en professionals in de regio.” Voor nu zijn de zeer kleinschalige woongroepen nog ingericht op maatwerk. “Waar we jongeren op de reguliere manier kunnen helpen, doen we dat”, zegt Bram. “Maar waar bijzonder maatwerk nodig is omdat het reguliere aanbod niet past, organiseren we de zorg op een bijzondere manier. Zoals met deze woongroepen.”

