Niet uitsluiten maar meedoen

Jeugdhulp in de kinderopvang - Voor kinderen van 0 tot 4 jaar werken Jeugdformaat en DAK Kindercentra samen op verschillende locaties in Den Haag. Kinderen met gedrags- en/of ontwikkelingsproblemen krijgen dankzij deze samenwerking specialistische hulp in een alledaagse situatie dicht bij huis. Een interview met vier betrokkenen over wat deze vorm van daghulp oplevert.


Hoe is deze nieuwe vorm van samenwerken ontstaan?

Nancy A: “Het idee is in de praktijk ontstaan. We zochten een plek voor een jongetje dat nog niet naar school kon, maar wel verder gestimuleerd moest worden in zijn ontwikkeling met behoud van de stappen die wij al met hem gezet hadden. Toen hebben we bedacht dat ondersteuning vanuit een nauwere samenwerking met de kinderopvang de mooiste oplossing zou zijn. Dus zijn Jeugdformaat en Dak met elkaar gaan praten.”

Meredith: “Voor mij en mijn zoontje pakte het heel goed uit. Ik merk geen verschil tussen specialistische hulp en de reguliere kinderopvang, het sluit goed aan en gaat onmerkbaar in elkaar over. Mijn zoontje kreeg hier de ondersteuning die hij nodig had om naar het basisonderwijs te kunnen. Het is fijn voor kinderen die al een stempel hebben, dat ze gewoon mee kunnen doen en zich hier veel minder een uitzondering voelen.”

Nancy A: “Juist dat meedraaien is één van onze doelstellingen. Stel je hebt een groep kinderen met spraak-taalproblemen. Zet die kinderen in een omgeving met kinderen die zulke problemen niet hebben dan zie je dat ze van elkaar leren. Ze spelen samen en passen zich aan. Het mooie is ook dat we nu per kind, per situatie specifiek kijken naar wat er nodig is.”

“Het is fijn dat kinderen die al een stempel hebben, zich hier minder een uitzondering voelen.”

Hoe vullen jullie de samenwerking in de praktijk in?

Angelina: “De pedagogisch medewerkers van de Dak-locatie draaien de groep, de kinderen doen gewoon mee in het dagprogramma. Vanuit Jeugdformaat is er op elke locatie vier uur per dag een vaste pedagogisch medewerker aanwezig, die op maat individueel of in groepsverband met de kinderen aan de slag gaat.”

Nancy D: “Het is belangrijk dat we goed samenwerken en communiceren waarom je iets op een bepaalde manier doet. Het vraagt commitment van de pedagogisch medewerkers. De meerwaarde is dat bijvoorbeeld een pedagogisch medewerker van Jeugdformaat signaleert dat een kindje een achterstand heeft, waardoor je in een heel vroeg stadium al hulp kunt bieden binnen de reguliere kinderopvang. Er verandert dan praktisch niets, dat is winst voor iedereen.”

Nancy A: “Vroegsignalering is erg belangrijk. Het brein van jonge kinderen is nog enorm plastisch, en op jonge leeftijd kan je gemakkelijker dingen aanleren dan op latere leeftijd. Ook wil je voorkomen dat kinderen negatieve schoolervaringen opdoen. Als je dat weet te voorkomen door deze aanpak, is dat al winst.”

Wat betekent de samenwerking voor jullie professionele ontwikkeling?

Nancy A: “De pedagogisch medewerkers van Dak krijgen meer kennis van de extra’s die je kunt bieden qua structuur of hulpmiddelen, zoals pictogrammen. Wij leren op onze beurt om soms iets meer te relativeren. We houden elkaar scherp. Ons gezamenlijke kader is 'wat heeft het kind nodig om straks in het onderwijs gezond te kunnen functioneren?”

Angelina: “Door elkaar daarin scherp te houden en aan te vullen, kunnen we elk kind ook een passend schooladvies geven. Daarmee verkleinen we de kans dat een kind uitvalt op school.”

 “Mijn zoontje leerde ook door het gedrag van andere kinderen over te nemen, ik zag hem steeds meer groeien.”

Hoe ging dat met jouw zoontje?

Meredith: “Ik heb zelf contact opgenomen met Jeugdformaat. Ik zag al dat mijn zoontje anders was dan andere kinderen maar ik wist niet precies waar ik naartoe moest. Jeugdformaat kwam met de suggestie om met Dak in gesprek te gaan. Samen met iemand van Jeugdformaat ben ik er naartoe gegaan. Hun plan sprak me enorm aan, ik ben nog steeds blij dat ik 'ja' gezegd heb, want mijn zoontje heeft er heel veel baat bij gehad. Stil zitten was een probleem, sociale contacten ook. Hij liep op een aantal vlakken achter. Er is toen heel specifiek gekeken naar wat hij nodig had en daar zijn we aan gaan werken. Een jaar later was hij echt klaar voor de basisschool. Dat vond hij zelf ook. Zonder Jeugdformaat en Dak was dat niet gelukt. Terwijl hij hier was is er een dossier opgebouwd dat hij nodig heeft om door te stromen naar het speciaal basisonderwijs. Daarnaast keken ze met me mee naar wat er thuis nog niet goed ging. Met hem naar de winkel gaan was moeilijk, daar hebben we aan gewerkt. Ik ben trots op hem. Kort geleden ben ik nog eens terug geweest hier en toen waren ze positief verrast over zijn vooruitgang op sociaal en emotioneel gebied.”

Nancy D: “Zulke verhalen, daar worden wij gelukkig van. Hier doen we het voor.”

Meredith: “Als je vragen hebt, kun je het beste naar het Centrum voor Jeugd en Gezin gaan of naar Jeugdformaat. Vooral wanneer je als moeder echt in het duister tast over wat er met je kind aan de hand is. Wanneer je dan de juiste ondersteuning krijgt, komt er weer rust in je leven. Je weet dat je kind in professionele handen is en je ziet dat het werkt. Als moeder merk je dat natuurlijk meteen aan je kind. Mijn zoontje leerde ook door het gedrag van andere kinderen over te nemen, ik zag hem steeds meer groeien. Dat is mooi om te zien.”

“Wanneer je de juiste ondersteuning krijgt, komt er weer rust in je leven.’

Of: ‘Ik werd echt overal bij betrokken. Zij hebben mijn zelfvertrouwen gevoed.”

Hoe staan jullie ten opzichte van de ouders?

Nancy A: “We staan naast de ouders. We zijn er niet om alleen te kijken naar wat niet goed gaat, maar vooral om te zien wat wel goed gaat. We zijn er voor het kind én voor de ouders. Wij zijn er tijdelijk; de ouder is er voor altijd. Samen gaan we het kind herontdekken en op een gegeven moment weet je samen wat er aan de hand is.”

Meredith: “Wat ik belangrijk vond is dat hier werd bevestigd wat ik dacht: dat er echt iets met mijn kind aan de hand was. In elk gesprek werd gevraagd wat ik ervan vond. Als ik met ideeën kwam dan probeerden we dat uit. Geen verwijten, maar samen kijken hoe het beter kan. Ik werd echt overal bij betrokken. Zij hebben mijn zelfvertrouwen gevoed.”

Angelina: “Daarom nodigen we ouders vaak ook uit om op de groep met hun kind te komen spelen. Na afloop hebben we het met ouders over wat hen en ons is opgevallen in het gedrag en de ontwikkeling van hun kind in de groep.”

Meredith: “Ik zou het wel mooi vinden als er ook in de buitenschoolse opvang meer mogelijkheden komen voor kinderen zoals mijn zoontje. Als je hem in een opvang plaatst met dertig kinderen krijgt hij een forse terugval.”

‘Het idee dat hulp alleen geboden kan worden in een specialistische setting moet je los laten.’

Wat moet er gebeuren om deze aanpak landelijk toe te passen?

Nancy A: 'Je hebt allereerst mensen nodig die enthousiast zijn. Het idee dat hulp alleen geboden kan worden in een specialistische setting moet je los laten. Hulp kan eveneens geboden worden in een andere situatie, zoals de kinderopvang. Er zal wel altijd een groep blijven voor wie dit niet geschikt is. Niet ieder kind kan, ondanks extra ondersteuning, in een reguliere groep functioneren en het vraagt van de groep ook dat ze kunnen omgaan met het gedrag van een kind dat ondersteuning krijgt. Verder moet je inventief met elkaar durven zijn. Openstaan voor elkaar, intensief samenwerken en elkaar goed willen leren kennen.' Angelina: 'Als je de verhalen hierover verder vertelt, werkt dat aanstekelijk. In het Westland hebben ze deze aanpak nu overgenomen. Dat is mooi. Als je ziet wat de betekenis is voor de ouders en de kinderen, gun je dat iedereen die het nodig heeft.'