Wat als je kind niet luistert? Invest in Play laat zien waar het begint

Kinderen die niet luisteren, snel boos worden of waar de sfeer thuis steeds vaker onder druk staat. Veel ouders hebben vaak het gevoel dat ze alles al geprobeerd hebben. Het zijn situaties die Diana van Velzen en Evelien Clarisse vaak tegenkomen in hun werk als schoolmaatschappelijk werker bij Schoolformaat. Beide werken ze al zo’n dertig jaar binnen Jeugdformaat en Schoolformaat. Samen geven ze Invest in Play, een oudertraining die uit Engeland komt en inmiddels wereldwijd wordt ingezet.

“Voor de zomer hebben we de training gevolgd in Utrecht,” vertelt Diana. “Een driedaagse cursus. En nu mogen we hem zelf geven.” Wat ze daarin meteen merken, is dat veel ouders binnenkomen met dezelfde vraag: hoe zorg ik dat mijn kind luistert? Terwijl het daar volgens hen eigenlijk niet begint.

Eerst terug naar het begin

“Veel ouders zitten meteen op het gedrag van hun kind,” zegt Diana. “Mijn kind luistert niet. Maar wij nemen ze juist eerst een stap terug.” In de training werken ze met zes bouwstenen, die stap voor stap worden doorlopen. Het zijn 6 gekleurde duplo blokken die allemaal voor een thema staan. “Het rode blokje is eigenlijk de basis,” legt ze uit. “Dat gaat over je eigen gedachten, gevoelens en gedrag. Hoe reageer jij eigenlijk als ouder?”

Evelien vult aan: “Als er veel gedoe is thuis, ga je al snel corrigeren, ‘nee’ zeggen, boos worden. Maar dat wordt een patroon en vaak verandert het gedrag van een kind dan niet.” Daarom blijft dat rode blokje steeds terugkomen. “We gaan steeds weer terug naar: wat gebeurt er bij jou, waarom vind je iets belangrijk, wat laat je zien aan je kind?”

Daarna komt het volgende stukje. “Dan ga je naar een volgend belangrijk blokje, het spelen,” zegt Evelien. “Die heeft de kleur oranje. Iedere dag even samen spelen, het liefst 15 minuten, maar al zijn het er maar vijf is dat ook goed. En dat klinkt simpel, maar in de praktijk blijkt het vaak lastiger. Veel ouders zijn dat ook helemaal niet gewend,” zegt Diana. “En spelen hoeft niet met speelgoed. Het kan ook samen koken zijn of boodschappen doen. Het gaat erom dat je contact maakt en je kind volgt. Dit zorgt er ook voor dat er een positieve verbinding ontstaat tussen ouder en kind. En die verbinding zorgt er weer voor dat een kind sneller wil luisteren en/ of zijn ongewenste gedrag wil ombuigen naar gewenst gedrag. Spelen doet echt verbinden.” Van daaruit bouwen ze verder. “Bij het gele blokje ga je beschrijven wat je ziet,” zegt Evelien. “Dus niet meteen corrigeren, maar benoemen wat een kind doet of voelt. Daarna komt het stukje complimenten geven.” Volgens haar gebeurt daar vaak al veel. “Als je aandacht geeft aan gedrag, zie je dat het vaker voorkomt.”

Kleine dingen die verschil maken

Rond het derde blokje beginnen ouders vaak al iets te merken. “Het is nog klein, maar ze zien wel verschil,” zegt Diana. “Dat ze rustiger reageren, dat er minder strijd is.” Evelien hoort dat ook terug. “Soms zegt een kind ineens ‘dank je wel mama’. Of ouders vertellen dat ze samen weg zijn geweest zonder ruzie. Dat zijn van die momenten waarvan ze zeggen: hé, dit werkte.”

Het zit vaak in kleine dingen: in hoe je reageert en in wat je benoemt. “Als een kind iets probeert en het lukt niet, kun je zeggen: wat goed dat je blijft proberen,” legt Evelien uit. “Of als een kind helpt: wat fijn dat je dat doet.” Daarmee bouw je aan zelfvertrouwen en aan de band. Diana noemt een voorbeeld. “Een gezin ging uit eten en wilde dat hun kind nette kleding droeg, maar hij wilde graag in een joggingbroek en dit veroorzaakte aardig wat strijd in de familie. Dan gaan wij terug naar dat rode blokje. Waarom is dit zo belangrijk voor jullie? Wat gebeurt er bij jou als ouder?” Door dat gesprek gaan ouders anders kijken. Niet alleen naar het gedrag van hun kind, maar ook naar hun eigen reactie.

Pas later in de training komen de grenzen. “Dat is het blauwe blokje,” zegt Evelien. “Duidelijke en voorspelbare grenzen, zodat een kind weet waar het aan toe is.” En helemaal aan het eind komt het stukje selectieve aandacht. “Hoe ga je om met gedrag dat echt lastig is?” Maar, benadrukt ze: “Als je die basis niet hebt gelegd, werkt dat veel minder goed.”

Je hoeft het niet alleen te doen

Wat deze training volgens hen sterk maakt, is dat ouders het samen doen. “Ze zitten met elkaar in een groep,” zegt Diana. “Jullie zijn zelf de ervaringsdeskundigen.” Evelien vult aan: “We geven geen oordeel. We laten ouders zelf nadenken en op elkaar reageren. Dan ontstaat er een gesprek en kunnen ze eigenlijk ook weer leren van elkaar.” Dat helpt om te merken dat je niet de enige bent. “Iedereen zit met dezelfde dingen,” zegt Diana. “En dat geeft vertrouwen.” Evelien ziet dat vaak al snel gebeuren. “Na een paar sessies zijn er al ouders die zeggen: dit werkte bij mij en zo kunnen zij weer andere helpen en inspireren.”

Voor ouders die twijfelen is hun advies simpel. “Gewoon doen,” zegt Evelien. Diana knikt. “Je gaat samen ontdekken wat werkt in jouw gezin. Want ieder gezin is anders. Maar juist doordat je het stap voor stap opbouwt en steeds teruggaat naar die basis, zie je dat er echt iets verandert.”

Deze nieuwsberichten vind je misschien ook interessant