In sommige klassen hangt er iets in de lucht. Leerlingen kijken naar elkaar, er wordt gefluisterd, er ontstaan groepjes. Voor een leerkracht is vaak wel duidelijk dat er iets speelt, maar wat precies, is lastig te zien. Dat is precies wat Suzanne Quist en Marieke Spiering regelmatig tegenkomen in hun werk als schoolmaatschappelijk werker.
Suzanne werkt inmiddels 5 jaar als schoolmaatschappelijk werker en is al twintig jaar verbonden aan Jeugdformaat. Ze werkt op vijf scholen en haar werk is breed: van gesprekken met kinderen en ouders tot meedenken met leerkrachten in overleggen. Marieke begon ooit op het mbo en werkt nu vooral in het basisonderwijs op twee scholen. “De basis van ons werk is hetzelfde,” vertelt ze. “We voeren gesprekken met kinderen, ouders en leerkrachten. Maar de afgelopen jaren bieden we ook steeds vaker dingen klassikaal of in groepen aan, zoals trainingen.” Een van die trainingen is de meidenvenijntraining. Daarmee proberen Suzanne en Marieke iets zichtbaar te maken wat vaak onder de oppervlakte blijft.
Het gebeurt vaak onder de oppervlakte
Waar ruzies bij jongens vaak duidelijk zichtbaar zijn, werkt dat bij meiden meestal anders. “Jongens gaan op het plein soms gewoon schreeuwen of ruzie maken,” zegt Suzanne. “Bij meiden is het subtieler. Het zit in roddelen, blikken of buitensluiten.” Volgens Marieke maakt juist dat het lastig om te signaleren. “Leerkrachten voelen vaak wel dat er iets speelt, maar kunnen er niet altijd meteen de vinger op leggen.” Soms komt het via kleine signalen naar boven. Suzanne: “Dan komt de ene leerling met een verhaal en denk je dat het opgelost is. De volgende dag komt er weer iemand anders met iets. Dan merk je dat de groepssfeer niet lekker is.”
Toch betekent buitensluiten niet automatisch dat er sprake is van meidenvenijn. Suzanne herinnert zich een meisje dat buitengesloten leek te worden. “In eerste instantie dachten we dat het meidenvenijn was. Maar toen we verder keken, bleek dat zij een moeilijke jeugd had gehad en daardoor anders reageerde in de groep. Dan moet je eerst goed onderzoeken wat er echt speelt.”
Groepjes, rollen en een ‘leider’ in de klas
In veel klassen ontstaan kleine groepjes. Dat hoort er ook een beetje bij. Maar soms zorgt het voor spanning. Suzanne ziet dat bijvoorbeeld in een klas waar ze nu werkt. “Daar zitten veel duo’s en trio’s die samen TikTok-filmpjes maken. Als een ander meisje mee wil doen, mag dat soms niet. Voor ons lijkt dat misschien iets kleins, maar in zo’n groep kan dat veel betekenen.”
Andere meiden durven vaak niets te zeggen, omdat ze bang zijn dat ze zelf de volgende zijn die buitengesloten worden. Volgens Marieke zie je in zulke situaties vaak dat er iemand leidend is. “Er is dan één meisje dat bepaalt wat er gebeurt en de anderen volgen dat. Je krijgt verschillende groepjes en iedereen heeft daarin een bepaalde rol.” Juist dat inzicht is belangrijk in de training. “Iedereen heeft een rol in zo’n groep,” zegt Marieke. “En als je dat doorhebt, kun je er ook iets mee doen.”
In de training kijken meiden eerst naar zichzelf
In de meidenvenijn training werken Suzanne en Marieke bewust niet met situaties uit de klas zelf. “Dat kan onveilig voelen,” zegt Suzanne. “Daarom gebruiken we rollenspellen en voorbeelden die losstaan van wat er in de klas gebeurt.” De meiden werken met verschillende rollen, zoals een meisje met een kroon en glitters: de ‘Queen B’. Door die rollen te bespreken, kunnen leerlingen praten over gedrag zonder meteen iemand uit de klas aan te wijzen. Daarna kijken ze ook naar zichzelf: wat zijn je kwaliteiten, waar ben je trots op en wat zijn je valkuilen? Maar ook met wie uit die rollen associeer je jezelf?
Rollenspellen maken daarbij veel los. “Dat vinden ze vaak het leukst,” zegt Suzanne. “Ze spelen overdreven rollen, maar daarna praten we over wat zo’n situatie met je doet. De één wordt boos, de ander verdrietig en iemand anders zegt dat het hem niets doet. Dan zie je hoe verschillend iedereen Ik vreageert op een bepaalde situatie.”
Aan het eind van het traject maken de meiden samen afspraken. Op een school kwam bijvoorbeeld de afspraak naar voren dat ze iemand die alleen staat op het schoolplein altijd uitnodigen om mee te doen. Iemand die graag alleen is, kan dat op zo’n moment zelf aangeven, maar de uitnodiging ligt er in ieder geval en dat is belangrijk. Op een andere school ontdekten de meiden dat ze zich eigenlijk verveelden op het plein. “Dan ga je al snel roddelen,” zegt Suzanne. “Dus ze zijn samen nieuwe spellen gaan bedenken die ze met elkaar konden gaan spelen.”
Als de sfeer niet veilig voelt, merkt iedereen dat
De impact van meidenvenijn kan groot zijn. Suzanne heeft meegemaakt dat meiden zelfs van school wilden omdat ze zich niet prettig voelden in de klas. Tijdens een training begon een meisje bijvoorbeeld te huilen toen ze over de rollen spraken. “Ze vertelde dat ze op haar vorige school gepest was. In deze klas voelde ze zich juist veilig. Dat kwam toen allemaal naar boven.”
Volgens Marieke raakt een onveilige sfeer uiteindelijk iedereen. “Er zijn soms een paar meiden die echt het doelwit zijn, maar als de sfeer in de klas niet goed is, heeft iedereen daar last van, ook de jongens die de spanning kunnen voelen.” Ze ziet ook dat rollen kunnen verschuiven. “Een meisje dat op haar vorige school gepest werd, kan in een nieuwe klas ineens zelf een pester worden.”
Hun belangrijkste advies aan scholen is daarom simpel: wacht niet te lang. “Maak dingen snel bespreekbaar,” zegt Marieke. Suzanne vult aan: “En betrek alle meiden erbij. Je weet niet altijd precies wie er allemaal een rol spelen in zo’n groep.”
Meer informatie over de training is te vinden op www.meidenvenijn.nl, met uitleg voor leerkrachten, ouders en kinderen.

