Trauma-experts over luchtverkeerstorens en splinters

We spraken twee trauma-experts, Leony Coppens en Arianne Struik, over hoe een trauma ontstaat, hoe hulpverleners en ouders/verzorgers met een trauma om kunnen gaan en wat de do’s en don’ts zijn als het gaat om getraumatiseerde kinderen. In dit artikel delen zij hun waardevolle inzichten met ons.


In de vorige editie van JF Magazine kon je een interview lezen met Lia Veenman over het belang om meer oog te hebben voor trauma's. Jeugdformaat heeft in samenwerking met Polikliniek Intermetzo (voorheen het HKJ) een project opgezet. Onderdeel hiervan zijn trainingen voor pleegouders, gezinshuisouders en hulpverleners van Jeugdformaat. Inmiddels hebben veel pleegouders en hulpverleners een training gevolgd waarin oog voor en omgaan met getraumatiseerde kinderen centraal stond.

trau·ma (de/het; v(m) en o; meervoud: trauma’s, traumata) (psychologie) hevige geestelijke aandoening die een stoornis veroorzaakt

Verwerken van emoties

Kinderen met een trauma hebben vaak moeite om hun emoties te reguleren. Wat is hiervan de oorzaak? Bij je geboorte heb je de aanleg om te leren hoe je je emoties kunt reguleren. Door ervaringen en sensitieve reacties van ouders op de emoties van hun kinderen leren kinderen steeds beter zelf hun emoties te reguleren. De cortex (mensenbrein), een deel van de hersenen dat zich in de loop van de kinderjaren ontwikkelt, speelt een belangrijke rol bij emotieregulatie.

”Ervaar je als kind op jonge leeftijd veel stress en krijg je onvoldoende steun van je ouders? Dan kan de stress de ontwikkeling van de hersenen verstoren en functioneert de cortex minder goed, vertelt Leony Coppens. “Ze kunnen hun emoties hierdoor minder goed reguleren. Kleine kinderen hebben dus hun ouders nodig om hun stress en emoties te reguleren.”

Arianne Struik: “Op het moment dat je als kind een overweldigende situatie meemaakt, dan kan het gebeuren dat de emoties die daarbij komen kijken, niet goed worden verwerkt. Deze onverwerkte ervaringen worden dan opgeslagen met de daaraan gekoppelde emoties.

Bij herinnering aan een gebeurtenis, komen de onverwerkte emoties weer boven. Op zo’n moment (her)beleeft een kind de heftige, onverwerkte emoties van toen opnieuw.”

De rol van opvoeders en hulpverleners

Leony vertelt dat ouders, opvoeders en hulpverleners kinderen die problemen hebben kunnen helpen bij het reguleren van hun emoties. Dat kan, als emotiegids, op een aantal manieren. ‘Leg uit dat wat er speelt niet de schuld van het kind is. Ook helpt het om aan te geven dat een probleem tijdelijk is; het gaat weer over.’

Volgens Leony kunnen wij ook optreden als co-regulator door een kind te helpen begrijpen wat er in hem gebeurt. “Een kind begrijpt iets beter als je het simpeler maakt. Zoek naar woorden die het voor een kind gemakkelijker maakt om zich te uiten. Praten over hobbels op de weg maakt het gemakkelijker dan praten over problemen. Het woord ´problemen´ werkt vaak al stressverhogend.Waren er veel hobbels op de weg deze week? Waren het grote of kleine hobbels? Werkt beter.”

Ook helpt het om de executieve, ofwel de controlefuncties, te trainen. Die functies spelen een belangrijke rol bij het controle houden op gedrag en emoties. “Je kunt de executieve functies vergelijken met een luchtverkeerstoren op een vliegveld. Als de luchtverkeersleiding geen controle meer heeft, heeft dat grote gevolgen voor het vliegverkeer. Dat gaat alle kanten op. Door de executieve functies te trainen, wordt een kind gestimuleerd om in stappen te werken, te reflecteren en impulsen te beheersen waardoor het controle kan houden”, vertelt Leony.

Oorzaak aanpakken

Arianne sluit zich aan bij Leony, maar pleit ervoor om, als het kan, een ‘stap verder’ te gaan. “Vergelijk een trauma met een splinter in je voet. Je kunt als je de splinter er niet uithaalt, soms dagenlang last hebben. Maar er zijn ookmomenten dat je minder pijn hebt. Je kunt gewoon lopen. Ga je vervolgens trainen voor een marathon en begint de huid rondom de splinter te ontsteken dan ben je ‘te laat’. Probeer je de splinter op dat moment te verwijderen, dan wordt dat knap lastig en is het flink pijnlijk. Je moet de splinter dus verwijderen om te voorkomen dat hij gaat ontsteken. En zo is het ook met een traumatische herinnering, die moeten ook worden opgeruimd. Juist als het redelijk goed gaat met een kind en het rustig is, is het zaak om die splinters aan te gaan pakken. Natuurlijk voelt het onnatuurlijk om, op het moment dat het goed lijkt te gaan met een kind een gesprek aan te gaan over de nare dingen die het heeft meegemaakt. Maar het is veel moeilijker als het slecht gaat met een kind, dan is de voet ontstoken en is het extra pijnlijk om de splinter te vinden en verwijderen.

Australië

Al langere tijd is Arianne actief aan de andere kant van de wereld. Als zij een vergelijking maakt tussen hoe men omgaat met trauma’s in bijvoorbeeld Australië en Nederland trekt zij de volgende conclusie: “We zijn veel te voorzichtig in Nederland. Ik ben ervan overtuigd; alles kan. Kinderen zijn heel sterk en we moeten ons realiseren dat zij al die nare dingen al hebben overleefd. Ze hebben het al meegemaakt en wat nu rest zijn de herinneringen. Een kind weet heel goed wat het nodig heeft en vaak vertellen ze je dat ook, als je maar goed luistert.”

Boodschap aan kinderen en opvoeders

Zowel Arianne als Leony vindt het belangrijk dat kinderen en opvoeders vertrouwen krijgen. Opvoeders moeten het vertrouwen krijgen dat ze het goed doen. Kinderen moeten het vertrouwen hebben dat ze het ‘kunnen’.

“Je moet je als opvoeder realiseren dat, ook als kinderen het niet laten zien, de kans groot is dat er van binnen van alles gebeurt. Een kind kan nog steeds boos of verdrietig zijn, maar dat wil niet zeggen dat er niets verwerkt wordt“, vertelt Arianne. Leony vult haar aan: ”Herstel van een trauma vraagt om een lange adem. Ook al zie je nog geen verandering, die is toch gaande.” Kinderen zijn nooit de oorzaak van het trauma dat ze hebben opgelopen. Leony vindt daarom dat als je met getraumatiseerde kinderen praat, je ze een ontschuldigende en hoopvolle uitleg moet geven. “Ontschuldigend omdat kinderen vaak weinig grip hebben op hun eigen emoties en gedrag. Bij getraumatiseerde kinderen kan gedrag getriggerd worden door zintuigelijke prikkels die zij onbewust associëren met de traumatische gebeurtenis.

Een kind kan uit een onveilige situatie zijn, maar dat wil niet zeggen dat het kind zich ook veilig voelt. Je kunt met kinderen heel goed praten over welke gevoelens bij ‘toen’ en welke gevoelens bij ‘nu’ passen. Op die manier kun je hen ook leren met triggers om te gaan.” Het is voor opvoeders belangrijk te beseffen dat er een verschil is tussen fysieke en psychische veiligheid, dat onderstreept ook Arianne: ”Dat besef is heel belangrijk voor bijvoorbeeld pleegouders. Als je in de vrieskou zonder handschoenen aan een wandeling hebt gemaakt en je neemt daarna een warme douche, dan kan dat best pijn doen. Je kunt die situatie vergelijken met een situatie van een getraumatiseerd kind dat bij een pleeggezin komt.

Als je als kind verwaarloosd bent en je komt in een pleeggezin waar warmte en liefde is, dan is die overgang soms lastig. Geleidelijk van ‘koud’ naar ‘warm’ is de oplossing voor die koude handen. Dat geldt voor kinderen met een trauma, zij zijn soms bevroren in hun gevoelens.” 

Estafettestokje

Ook zijn de twee trauma experts van mening dat de biologische ouders altijd een rol spelen. “Ook als ouders verslaafd zijn, psychische problemen hebben of in detentie zitten is het belangrijk dat zij onderdeel zijn van het verhaal. Zij moeten meegenomen worden in wat er met hun kind aan de hand is. Je kunt ouders, ook al hebben ze complexe problemen, heel goed uitleggen wat een trauma is en kunt ze helpen bij het onder controle houden van eigen emoties in het belang van hun kind“, vertelt Arianne.

Hulpverleners, pleegouders, opvoeders, biologische ouders, iedereen in de omgeving van het kind moet met elkaar in contact blijven. “Er met elkaar over praten, elkaar bevragen en je altijd blijven verplaatsen in het kind is heel belangrijk.” zegt Leony.

Arianne vertelt: “Hechting is als een estafettestokje, dat moet worden doorgegeven van hechtingsfiguur naar hechtingsfiguur. Bij veel van deze kinderen is het stokje niet meegekomen naar de huidige verzorgers/pleegouders, maar ergens blijven liggen. Het is dan zaak het stokje op te sporen en alsnog mee te krijgen zodat het kind zich ook de huidige verzorgers kan hechten.”

Dit artikel verscheen eerder in JM Magazine #26 en is geschreven door Renee van Duren, Judith Reuser en Tamarinde Brouwers